‘Alle wielrenners lijken op elkaar. Rennerskoppen zijn antieke gezichten, gebeiteld uit het landschap. De gezichten doen er eigenlijk niet toe. Generaties ook niet. Erik Dekker was uit de verte een kopie van Jan Raas. In wijlen Gerrie Knetemann herkende je de zadelzit van Cecco Moser. De temperamenten van de Belg Johan Museeuw en de oude Bretonse legende Jean Robic vielen samen in bijgeloof en de vorm van de dag. De palmares doet er weinig toe. Het verleden fietst altijd mee in het peloton’.